Actueel reglement seizoen 2011-2012

Voor een afdrukversie van dit reglement raadpleegt u de pagina "downloads"

6-kamp

De 6-kamp is een serie wedstrijden tussen een aantal schoonspringverenigingen.
Op dit moment zijn de deelnemende verenigingen: Aquarijn uit Nieuwegein, De Dolfijn uit Amsterdam, PSV uit Eindhoven, SBC2000 uit Breda, Noordkop uit Den Helder en Electrolux AZC uit Alphen aan den Rijn.
Gedurende het seizoen 2011-2012 neemt ook Saltor uit Amsterdam deel aan dit circuit.
Elke deelnemende vereniging organiseert gedurende het schoonspringseizoen 1 wedstrijd.
Saltor zal dit seizoen echter geen eigen wedstrijd organiseren.
Dat betekent dat er 6 wedstrijden zijn. Bij deze wedstrijden zijn de springers verdeeld in 5 series, naar leeftijd en niveau. Er wordt gesprongen op de 1 meter plank.
Er zijn individuele prijzen te winnen in elke serie. Maar er is ook een teamprijs te winnen.
Een plaatsing bij de beste 5 in de serie levert punten op voor de club. De club die na 6 wedstrijden de meeste punten heeft, wint de wisselbeker.

De leeftijdsgroepen zijn als volgt ingedeeld:  

Serie 1:

E-groep

2011: geboren in 2002 en jonger

2012: geboren in 2003 en jonger

In deze serie worden 4 sprongen gemaakt, opgesplitst in 2 gelimiteerde sprongen (moeilijkheidsfactor: maximaal 3,6) en 2 ongelimiteerde sprongen.
In de eerste 2 sprongen mogen 2 standsprongen worden gemaakt. De richting moet dan wel verschillend zijn (dus voorwaarts en achterwaarts).

Serie 2:

D-groep

2011: geboren in 2000 en 2001 2012: geboren in 2001 en 2002

In deze serie worden 4 sprongen gemaakt, opgesplitst in 2 gelimiteerde sprongen (moeilijkheidsfactor: maximaal 3,6) en 2 ongelimiteerde sprongen.
In de eerste 2 sprongen mag maximaal 1 standsprong worden gemaakt.

Serie 3:

C-groep

2011: geboren in 1998 en 1999 2012: geboren in 1999 en 2000

In deze serie worden 5 sprongen gemaakt, opgesplitst in 3 gelimiteerde sprongen (moeilijkheidsfactor: maximaal 5,4) en 2 ongelimiteerde sprongen.
In de eerste 3 sprongen mag maximaal 1 standsprong worden gemaakt.

Serie 4:

B- / A- / S -groep

2010: geboren in 1997 en ouder 2011: geboren in 1998 en ouder

In deze serie worden 6 sprongen gemaakt, opgesplitst in 4 gelimiteerde sprongen (moeilijkheidsfactor: maximaal 7,2) en 2 ongelimiteerde sprongen.
In deze serie mogen er geen standsprongen worden gemaakt.

Serie 5:

"all-in" groep

2010: geen leeftijdsgrenzen 2011: geen leeftijdsgrenzen

In deze serie doen de springers mee, die in het bezit zijn van hun D1- en/of C1-diploma.
(en voor de jaren 2006 en eerder het oude C-1-diploma)  en na het behalen van dat diploma nog 2x in hun eigen leeftijdscategorie hebben deelgenomen.
Het D-1diploma behaal je, als je met 6 sprongen (zonder standsprong in de reeks) 135 punten hebt gehaald (in de 6-kamp dus in serie 3).
Het C-1-diploma behaal je, als je met 7 sprongen (meisjes) 165 punten hebt gehaald (in de 6-kamp dus serie 4).
In serie 5 worden 8 sprongen gemaakt, opgesplitst in 5 gelimiteerde sprongen (moeilijkheidsfactor: maximaal 9,0) en 3 ongelimiteerde sprongen.
Als je in deze serie je B1-diploma haalt (205 punten met 8 sprongen), dan ben je te goed geworden om nog mee te kunnen doen aan de 6-kamp. 

Tijdens de zeskampwedstrijden tellen voor jongens / heren de diploma-eisen voor de meisjes / dames.
Diploma’s kunnen ook worden behaald tijdens andere wedstrijden dan de 6-kamp en tellen dan wel mee voor de 6-kamp. 

Let wel: na het behalen van het C- D- of B-diploma mag nog twee keer in de serie worden deelgenomen, zodat er een geleidelijke overgang is. 

Aantal deelnemers per vereniging: 

Elke vereniging mag met maximaal 8 deelnemers meedoen. Deze deelnemers zijn naar eigen inzicht in te zetten echter met dien verstande, dat er per serie maximaal 4 deelnemers van een vereniging kunnen worden ingeschreven.
Als een vereniging een gooi wil doen naar de wisselbeker, is het natuurlijk gunstig om in verschillende categorieën springers te hebben.
Iedere vereniging mag per wedstrijd maximaal 2 springers buiten mededinging laten
deelnemen.

 Puntenverdeling voor de wisselbeker:

Plaats 1: 10 punten
Plaats 2: 7 punten
Plaats 3: 5 punten
Plaats 4: 3 punten
Plaats 5: 1 punt

Per wedstrijd gaat de beker mee met de dagwinnaar (de club die tijdens de wedstrijd de meeste punten behaalt). Dit kan dus een andere club zijn, dan de club die het klassement aanvoert.

 KNZB: 

Diploma´s: 

Verplichtingen van de deelnemende verenigingen: 

denk hierbij aan:

  1.         bad huren; reken daarvoor ongeveer 4 uur.

  2.        programmaboekje maken.

  3.        een tijdschema maken. (wedstrijden en inspringen vermelden)

  4.     secretariaat bemannen.

  5.         juryindeling maken. (elke vereniging levert een jurylid of regelt dat met een andere club)

  6.        zorgen voor een scheidsrechter. (of dat regelen met een andere club)

  7.        zorgen voor juryborden. (of dat regelen met een andere club)

  8.        iets te drinken voor het secretariaat en de jury.

  9.        medailles voor de nummers 1, 2 en 3 in elke serie.

  10.        oorkondes voor alle deelnemers. 

 Eventueel beschikbare scheidsrechters:

Supplement

Diploma’s voor schoonspringen landelijk:                       

Meisjes       Jongens    
D1 4+2 135 punten   D1 3+3 135 punten
D3 4+2 145 punten   D3 3+3 145 punten
C1 5+2 165 punten   C1 5+3 205 punten
C3 5+2 175 punten   C3 5+3 215 punten
CT 4+2 145 punten   CT 4+3 200 punten
B1 5+3 205 punten   B1 5+4 245 punten
B3 5+3 215 punten   B3 5+4 255 punten
BT 4+3 200 punten   BT 4+4 240 punten
A1 5+4 260 punten   A1 5+5 295 punten
A3 5+4 270 punten   A3 5+5 305 punten
AT 4+4 240 punten   AT 4+5 280 punten

Bovengenoemde eisen voor de dames / meisjes tellen op zeskamp-niveau ook voor de jongens / heren !!!
Indien in serie 2 door de deelnemer meer dan 135 punten worden behaald , wordt de deelnemer geacht op zeskamp-niveau het D-1-diploma te hebben gehaald. 

Indien leden van deelnemende verenigingen tijdens (inter)nationale wedstrijden met minder dan de benodigde sprongen wél de benodigde punten behalen worden deze voor de zeskamp als diplomahouder beschouwd.