|
Het zeskampreglement is
per 1 januari 2010 gewijzigd. |
Voor een afdrukversie van het actuele reglement raadpleegt u de pagina "downloads" |
6-kamp
De 6-kamp is een serie wedstrijden
tussen een aantal schoonspringverenigingen.
Op dit moment zijn de deelnemende verenigingen: Aquarijn uit Nieuwegein, De
Dolfijn uit Amsterdam, PSV uit Eindhoven, SBC2000 uit Breda, Noordkop uit Den
Helder en Electrolux AZC uit Alphen aan den Rijn.
Elke deelnemende vereniging
organiseert gedurende het schoonspringseizoen 1 wedstrijd.
Dat betekent dat er 6 wedstrijden zijn. Bij deze wedstrijden zijn de springers
verdeeld in 5 series, naar leeftijd en niveau. Er wordt gesprongen op de 1 meter
plank.
Er zijn individuele prijzen te winnen in elke serie. Maar er is ook een
teamprijs te winnen.
Een plaatsing bij de beste 5 in de serie levert punten op voor de club. De club
die na 6 wedstrijden de meeste punten heeft, wint de wisselbeker.
Hoe zijn de leeftijdsgroepen ingedeeld:
In verband met een reglementswijziging per 1-1-2010 verwijzen we naar de knop "oude reglementen" als u de indeling van 2009 wilt raadplegen !
|
Serie 1: |
E-groep |
| 2010: geboren in 2001 en jonger |
In deze serie worden 4 sprongen
gemaakt, opgesplitst in 2 gelimiteerde sprongen (moeilijkheidsfactor: maximaal
3,6) en 2 ongelimiteerde sprongen.
In de eerste 2 sprongen mogen 2 standsprongen worden gemaakt. De richting moet
dan wel verschillend zijn (dus voorwaarts en achterwaarts).
|
Serie 2: |
D-groep |
| 2010: geboren in 1999 en 2000 |
In deze serie worden 4 sprongen
gemaakt, opgesplitst in 2 gelimiteerde sprongen (moeilijkheidsfactor: maximaal
3,6) en 2 ongelimiteerde sprongen.
In de eerste 2 sprongen mag maximaal 1 standsprong worden gemaakt.
|
Serie 3: |
C-groep |
| 2010: geboren in 1997 en 1998 |
In deze serie worden 5 sprongen
gemaakt, opgesplitst in 3 gelimiteerde sprongen (moeilijkheidsfactor: maximaal
5,4) en 2 ongelimiteerde sprongen.
In de eerste 3 sprongen mag maximaal 1 standsprong worden gemaakt.
|
Serie 4: |
B- / A- / S -groep |
| 2010: geboren in 1996 en ouder |
In deze serie worden 6 sprongen
gemaakt, opgesplitst in 4 gelimiteerde sprongen (moeilijkheidsfactor: maximaal
7,2) en 2 ongelimiteerde sprongen.
In deze serie mogen er geen standsprongen worden gemaakt.
|
Serie 4: |
"all-in" groep |
| 2010: geen leeftijdsgrenzen |
In deze serie doen de springers mee,
die in het bezit zijn van hun D1- en/of C1-diploma.
(en voor de jaren 2006 en eerder het oude C-1-diploma) en na het behalen
van dat diploma nog 2x in hun eigen leeftijdscategorie hebben deelgenomen.
Het D-1diploma behaal je, als je met 6 sprongen (zonder standsprong in de reeks)
135 punten hebt gehaald (in de 6-kamp dus in serie 3).
Het C-1-diploma behaal je, als je met 7 sprongen (meisjes) 165 punten hebt
gehaald (in de 6-kamp dus serie 4).
In serie 5 worden 8 sprongen gemaakt, opgesplitst in 5 gelimiteerde sprongen
(moeilijkheidsfactor: maximaal 9,0) en 3 ongelimiteerde sprongen.
Als je in deze serie je B1-diploma haalt (205 punten met 8 sprongen), dan ben je
te goed geworden om nog mee te kunnen doen aan de 6-kamp.
Tijdens de zeskampwedstrijden tellen
voor jongens / heren de diploma-eisen voor de meisjes / dames.
Diploma’s kunnen ook worden behaald tijdens andere wedstrijden dan de 6-kamp en
tellen dan wel mee voor de 6-kamp.
Let wel: na het behalen van je C- D- of B-diploma mag je nog twee keer in de serie meedoen, zodat er een geleidelijke overgang is.
Hoeveel deelnemers per vereniging:
Elke vereniging mag met maximaal 8
deelnemers meedoen. Deze deelnemers zijn naar eigen inzicht in te zetten echter
met dien verstande, dat er per serie maximaal 4 deelnemers van een vereniging
kunnen worden ingeschreven.
Als je als vereniging een gooi wilt doen naar de wisselbeker, is het natuurlijk
gunstig om in verschillende categorieën springers te hebben.
Iedere vereniging mag per wedstrijd maximaal 2 springers buiten mededinging
laten deelnemen.
Puntenverdeling voor de wisselbeker:
Plaats 1: 10 punten
Plaats 2: 7 punten
Plaats 3: 5 punten
Plaats 4: 3 punten
Plaats 5: 1 punt
Per wedstrijd gaat de beker mee met de dagwinnaar (de club die tijdens de wedstrijd de meeste punten behaalt). Dit kan dus een andere club zijn, dan de club die het klassement aanvoert.
KNZB:
de deelnemende springers moeten een startvergunning hebben van de KNZB.
de wedstrijd moet van te voren aangevraagd worden bij de KNZB.
na de wedstrijd moet een uitslag, compleet met de juryindeling (ook het secretariaat moet vermeld worden) naar de KNZB gestuurd worden.
Diploma´s:
Lege diploma’s zijn te koop bij de KNZB en dienen door de club zelf uitgeschreven te worden.
Op de website www.zeskampschoonspringen.nl worden de behaalde diploma´s bijgehouden.
Trainers van deelnemende verenigingen verplichten zich om eventueel buiten de zeskamp behaalde diploma´s ook te melden via het email-adres info@zeskampschoonspringen.nl .
Wat wordt verwacht van de deelnemende verenigingen:
dat je elk seizoen 1 wedstrijd van de 6-kamp organiseert;
dat de organiserende vereniging (tenminste 3 weken van te voren) op tijd een uitnodiging stuurt naar de andere clubs;
dat de organisatie van de wedstrijd goed verloopt.
denk hierbij aan:
bad huren; reken daarvoor ongeveer 4 uur.
programmaboekje maken.
een tijdschema maken. (wedstrijden en inspringen vermelden)
secretariaat bemannen.
juryindeling maken. (elke vereniging levert een jurylid of regelt dat met een andere club)
zorgen voor een scheidsrechter. (of dat regelen met een andere club)
zorgen voor juryborden. (of dat regelen met een andere club)
iets te drinken voor het secretariaat en de jury.
medailles voor de nummers 1, 2 en 3 in elke serie.
oorkondes voor alle deelnemers.
na 5 series volgt de prijsuitreiking van de series en de bekendmaking van de dagwinnaar van de wisselbeker.
aan het einde van de wedstrijd een boekje met resultaten meegeven aan de clubs.
dat de deelnemende verenigingen per wedstrijd en ongeacht het deelnemersaantal aan de organiserende vereniging een bedrag van € 28,00 betalen.
Eventueel beschikbare scheidsrechters:
Gerrit de Vroome; Aquarijn
Heijmen Westerveld; De Dolfijn
Frits Adelmeijer; PSV
Yolanda van Rijswijk; SBC2000
Supplement
| Meisjes | Jongens | |||||
| D1 | 4+2 | 135 punten | D1 | 3+3 | 135 punten | |
| D3 | 4+2 | 145 punten | D3 | 3+3 | 145 punten | |
| C1 | 5+2 | 165 punten | C1 | 5+3 | 205 punten | |
| C3 | 5+2 | 175 punten | C3 | 5+3 | 215 punten | |
| CT | 4+2 | 145 punten | CT | 4+3 | 200 punten | |
| B1 | 5+3 | 205 punten | B1 | 5+4 | 245 punten | |
| B3 | 5+3 | 215 punten | B3 | 5+4 | 255 punten | |
| BT | 4+3 | 200 punten | BT | 4+4 | 240 punten | |
| A1 | 5+4 | 260 punten | A1 | 5+5 | 295 punten | |
| A3 | 5+4 | 270 punten | A3 | 5+5 | 305 punten | |
| AT | 4+4 | 240 punten | AT | 4+5 | 280 punten |
Bovengenoemde eisen voor de dames / meisjes tellen op
zeskamp-niveau ook voor de jongens / heren !!!
Indien in serie 2 door de deelnemer meer dan 135 punten worden behaald , wordt
de deelnemer geacht op zeskamp-niveau het D-1-diploma te hebben gehaald.
Indien leden van deelnemende verenigingen tijdens (inter)nationale wedstrijden met minder dan de benodigde sprongen wél de benodigde punten behalen worden deze voor de zeskamp als diplomahouder beschouwd.